Datagedreven werken. Het is een term die overal opduikt. Van vacatureteksten tot strategische plannen, iedereen roept dat data de basis moet zijn van besluitvorming. Maar wat betekent het nu echt? En nog belangrijker: doen we het wel goed?
Veel organisaties hebben inmiddels een oceaan aan data verzameld. KPI-sheets met tientallen indicatoren vliegen je om de oren, dashboards knipperen als kerstbomen en beslissingen worden afgevinkt in Excel-bestanden. Maar is dit daadwerkelijk datagedreven werken, of zijn we simpelweg slaaf geworden van onze eigen spreadsheets?
Waarom data onmisbaar is
Laten we duidelijk zijn: ik geloof heilig in datagedreven werken. Zonder data tast je in het duister. Als je niet weet hoe succes eruitziet en hoe je het kwantitatief meet, kun je ook niet beoordelen of je de juiste dingen doet. Data helpt je om patronen te herkennen, effectiviteit te meten en beslissingen objectiever te maken. Het geeft richting en houvast in een wereld die steeds complexer wordt.
Maar data is niet zaligmakend. Het moet je helpen koers te houden, niet je enige bestaansrecht worden. Wanneer de maatstaf een doel op zich wordt, verandert het van een nuttig instrument in een beperking.
De valkuilen van datagedreven werken
Een van de grootste risico’s van datagedreven werken is de obsessie met KPI’s. Natuurlijk zijn Key Performance Indicators essentieel om voortgang te meten. Maar als je 40 KPI’s tegelijk moet managen, verlies je de focus. En door ze leading of lagging indicators te noemen, los je het probleem niet op. KPI’s moeten niet concurreren met elkaar of tegenstrijdige signalen afgeven. Wanneer ze dat wel doen, is het tijd om een van de KPI’s te schrappen of helemaal terug te gaan naar de tekentafel.
Een andere valkuil is het vergeten van de menselijke factor. Data vertelt een belangrijk deel van het verhaal, maar niet alles. Een beslissing die puur op cijfers wordt gebaseerd, kan in de praktijk desastreuze gevolgen hebben voor klanten of medewerkers. Denk aan bedrijven die hun customer service optimaliseren door alleen te kijken naar gespreksduur: een kort gesprek lijkt efficiënt, maar als klanten zich ongehoord voelen, verlies je ze alsnog.
De juiste balans vinden
Datagedreven werken moet geen excuus zijn om gevoel en intuïtie uit te schakelen. Goede besluitvorming komt voort uit een combinatie van harde cijfers en gezond verstand. De kunst is om data te gebruiken als een kompas, niet als een keurslijf.
Dat begint bij duidelijke gelaagde doelstellingen. Wat is het grotere doel van de organisatie? Hoe vertaal je dat naar concrete, meetbare subdoelen? En hoe zorg je ervoor dat de data die je verzamelt daadwerkelijk bijdraagt aan dat lange termijn doel?
Een goed voorbeeld is afvallen. Stel, je wilt gewicht verliezen. Alleen elke dag op de weegschaal staan en bij houden hoeveel je weegt, is niet heel effectief. Je moet daar iets voor doen. Iets dat bewezen bijdraagt aan het verliezen van gewicht. Je weet dat als je minder calorieën eet dan je deed je gewicht zou moeten verliezen. En als je meer beweegt dan je deed dat ook een positief effect zou moeten hebben op je gewicht. Dus je grotere doel is gewichtverlies. Dit elke dag meten is zinloos. Je subdoelen zijn calorie inname en minuten beweging. Dat kan je op een dagelijkse basis meten. Zo hou je koers en zal je, je grotere doelstelling behalen. Maar als je volledig gaat focussen op beweging bijvoorbeeld en de gym plat gaat lopen, dan kan je zelfs gewicht aankomen. Je streeft je doel dan voorbij (in dit voorbeeld dan, want je zult echt een stuk fitter en beter in je vel zitten).Het is dus cruciaal om te bepalen welke data echt waardevol is en wat de bijdrage daarvan is aan het grotere doel. Bovendien moet je uitkijken dat je niet geobsedeerd raakt door elke kleine schommeling: gewicht fluctueert door verschillende factoren, en alleen kijken naar de korte termijn kan leiden tot verkeerde beslissingen.
Datagedreven werken als middel, niet als doel
Datagedreven werken is een standaard, geen ambitie. Het is een manier om beslissingen te onderbouwen, niet om ze volledig te vervangen. Data moet richting geven, maar nooit volledig de plaats innemen van visie en gezond verstand.
Organisaties die dit goed doen, gebruiken KPI’s als leidraad, maar houden altijd oog voor het grotere plaatje. Ze begrijpen dat data geen absolute waarheid is, maar een hulpmiddel om de juiste vragen te stellen. Ze meten wat ertoe doet en durven irrelevante of tegenstrijdige metrics los te laten.
Datagedreven werken is geen excuus om blindelings cijfers te volgen. Het is een methode om betere beslissingen te nemen. En dat begint bij de juiste mindset: nieuwsgierig, kritisch en altijd met het grotere doel in zicht.
